Volg Ratio Accountants:
Facebook ratioaccountants
Twitter @ratioaccountant
  Ratio Accountants B.V.
Nieuwstraat 47
5527 AS Hapert
Tel:
0497-387335
Mob:
06-21837468
Email:
info@ratio-accountants.nl
logo
zoeken
12 juli 2018
Opbrengst verhuur tuinhuis niet belast
Voor de heffing van de inkomstenbelasting worden de voordelen uit eigen woning gesteld op een forfaitair

12 juli 2018
Nieuwe of gebruikte auto voor de bpm?
Over de vraag wanneer sprake is van een nieuwe of gebruikte auto voor de bpm heeft de Hoge Raad al

12 juli 2018
Jeugd-LIV
Werkgevers hebben over 2018 recht op het jeugd-LIV voor elke werknemer, die voldoet aan de volgende drie
Wekelijks publiceren wij een aantal berichten op onze website over actuele zaken die van belang zijn voor u als ondernemer. Het overzicht van alle gepubliceerde artikelen vindt u op deze pagina. Het nieuws ook via e-mail ontvangen? Meldt u aan voor een gratis abonnement op onze nieuwsbrief! Bijkomend voordeel van dit abonnement is dat u met uw gegevens toegang heeft tot ons uitgebreide nieuwsarchief. Dit is te bereiken door hier in te loggen met uw gebruikersnaam en wachtwoord.
Aanzegverplichting

12 april 2018

Een werkgever moet een werknemer wiens tijdelijke arbeidscontract afloopt ten minste een maand van tevoren schriftelijk laten weten of hij de arbeidsovereenkomst wil voortzetten of niet. Doet de werkgever dat niet of te laat, dan heeft de werknemer recht op een zogenaamde aanzegvergoeding. Die bedraagt maximaal het loon over een maand. Voor het recht op vergoeding is niet vereist dat er onzekerheid bestaat over het al dan niet voortzetten. Dat blijkt uit de volgende procedure.

Een tijdelijke arbeidsovereenkomst eindigde op 1 april 2017. Op 27 februari 2017 heeft de werkgever mondeling medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst zou worden verlengd. Niet eerder dan op 21 maart 2017 werd de verlenging van de arbeidsovereenkomst schriftelijk bevestigd. Toen de werknemer enkele maanden later de arbeidsovereenkomst opzegde, maakte hij aanspraak op de aanzegvergoeding. De werkgever betaalde de vergoeding niet. De kantonrechter wees daarna de vordering van de werknemer toe, omdat de werkgever niet tijdig, dat wil zeggen voor 1 maart 2017, de werknemer schriftelijk heeft geïnformeerd over de status van de arbeidsovereenkomst. Op het hoger beroep van de werkgever heeft het gerechtshof de uitspraak van de kantonrechter bevestigd.

De wet maakt geen onderscheid tussen de situatie waarin wel of niet tijdig een mondelinge toezegging is gedaan. Zonder schriftelijke bevestiging van de werkgever heeft de werknemer geen zekerheid over het al dan niet voortzetten van zijn dienstverband en de voorwaarden waaronder een eventuele voortzetting zal plaatsvinden.



Bron: Hof Den Haag | jurisprudentie | 12 april 2018

< Terug